Hamerke en beitelke

De mensen weten dit niet, en hoeven dit niet te weten. Dit blijft dus even tussen ons. Je mag gerust stellen dat ik begonnen ben met de afbraak van het oude overdekt stedelijk zwembad van Hasselt, die laatste meidag van 2016. Ja, ik beken. Het was “den dezen” die letterlijk begonnen is met het kapot kloppen van de nog volledig intacte zwembadkuip. Op mijn eentje, met beperkte middelen en met beperkt effect, maar ik pleit nederig schuldig: ik heb het gedaan. Iets oud maar nog bruikbaar – onherroepelijk beginnen afbreken.

Geweld. Destructie. Lelijke wonde, schending van een oude dame. Een oude dame waarop de jaren hun sporen hadden nagelaten: afbladderende verf als loslatende make-up, kalkvlekken als verouderende huid, een aankleding passé als een oude garderobe, algemene slijtage van een afgeleefd lijf. Maar nog volledig intact, kranig als een sympathieke madam. Ik ging zorgen voor de eerste brutaal losgeslagen tand uit een nog merkwaardig gaaf gebit: de zwembadrand.

Nu had ik via-via wel toestemming geregeld, maar toch voelde het als clandestien. In plaats van met een zwemtas, nu binnenkomen met een stevige shoppingtas, waarin een hamertje van anderhalve kilo en een beiteltje. Geen zaagske, trouwens. Je kan je voorstellen dat het met kloppend hart was. Een stil zwembad, ’s avonds na het werk. Zwetende handjes. Ga ik echt wel durven wat ik wil doen? Gaat het lukken? Of wordt het een komedie zoals het Peulengaleis?

Het zwembad is net uit dienst genomen, nog maar een dag. Leeggepompt en droog. De redders hadden een afscheidsfeestje, maar heel veel sporen zijn daar niet van overgebleven. Behalve enkele kuipstoeltjes die in een balorige bui in het diepe gedeelte van het zwembad gesmeten zijn. Ze liggen er nog, slecht op hun gemak, want in een rare positie, kont omhoog, naakt. Zichtbaar voor iedereen die perfect kan zien dat ze daar eigenlijk niet thuis horen.

Het moment om mijn ding te doen. Het kon niet eerder, want het zwembad was nog in gebruik. Het mocht ook niet later, want dan zou een professioneel sloopbedrijf de omgeving afzetten met hekken, en alles verpulveren met grommende hydraulische scharen op machtig piepende rupsen. Zonder ook maar een greintje respect, zonder ook maar enige bekommernis om iets herkenbaars over te laten aan het weemoedige gemoed van de zwembadgebruiker. Tja, wat gruis of een scherf zou ik ongetwijfeld wel van de puinhopen kunnen stelen, maar dat zou praktisch van elke werf kunnen komen. Neen, ik wilde iets moois, intact, herkenbaar, uniek!

Hiermee merken jullie: neen, ik heb geen schroef los! Ik heb evenmin ambities in de sloopsector aan de slag te gaan. Ik heb geen agressieve neigingen, zeker niet tegen dat zwembad van vijftig jaar oud, waar ik zelf de laatste dertig jaar lang immens deugd had van het glijden door het water. Ik was op souvenirjacht! Tijdens de laatste zwemtrainingen wist ik gewoon: ik wil een tegel van dit zwembad in huis hebben. Meer nog: ik wil zo een boordsteen: en stuk van de zwembadrand die de diepte aangeeft. Gegraveerd in oude purperrode letters. Kan een aandenken authentieker zijn?

Het leven is aan de stoutmoedigen! Enfin, ik begin toch wat onzeker aan mijn onderneming. De vertwijfeling kwam al snel. Confronterend, teleurstellend: ik ben me hier belachelijk aan het maken! Ik zet de platte beitel op een betonvoeg en begin te kloppen. Eerst zachtjes, daarna verwoed. Metalige slagen klinken door de hele hal. Licht, helder, eerder een frivool triangel dan een machtig werktuig. De beitel ketst machteloos af op het oude gebit, dat wel een pantser lijkt. Slechts wat splintertjes. Wat krasjes. Het beton is als een blok graniet. Ik krijg hier geen fatsoenlijk stuk van af! Er flitst me ook door het hoofd: ik had een veiligheidsbril moeten meebrengen, want er springen vurige gensters weg. Vervloekte amateur! En meest van al: hier is zwaarder materiaal nodig, liefst een elektrische pikeur, om iets te kunnen uitrichten! Dit gaat niet lukken, shit man, dit wordt een afgang!

Er zijn zes hoektegels, telkens waar het zwembad inspringt voor een trapje. Twee met de inscriptie 1,20, twee met 1,90 en twee met 3,50. De eerste 3,50 lukt dus absoluut niet. Massief, mijn beitel dringt niet eens twee millimeter door. Met bloedend hart en handenwringend ga ik naar de volgende tegel. Ha! Als ik ergens kans heb, dan zal het hier zijn! Er loopt een haarscheur in de betonvoeg tussen de tegels. Ik klop mijn beiteltje er een stukje in – een centimeter of zo. Heel geleidelijk lukt dat! Ik verplaats hem naar rechts, een stukje verder in de haarscheur. Opnieuw succes.

Maar de boordsteen zit muurvast, hij is niet onder de indruk en blijft onverstoord zitten. Nog eens mijn beitel er in drijven, een stukje verder. Opnieuw in het vorige gat, nog wat dieper, tot waar de beitel dikker wordt. Voorzichtig! Ik wil de tegel er in één stuk uit krijgen! Nog lang verder kloppen en geleidelijk dieper komen en veel wringen en wrikken… en dan… orgasme! De hele tegel, intact, kantelt een stukje naar voren! De rest is geschiedenis. Voorzichtig verder kappen, wrikken, kantelen, uitheffen. Tot ik hem, loodzwaar, in mijn handen houd. De tegel die ik zo graag wilde!

Nadien heb ik het nog even geprobeerd bij de tegels van 1,20 en 1,90 meter. Een paar splinters, meer lukt niet: hier loopt geen haarscheur. Jammer, maar niet erg. Ik heb mijn buit binnen! Ik ben euforisch, mijn dag – mijn week – mijn maand – kan niet meer stuk. Naar huis!

De boordsteen ligt nu in mijn keuken. Ik grap wel eens: “het is een digitale klok uit het stenen tijdperk, maar helaas doet hij het niet meer”. De boordsteen heeft duizenden blote voeten gevoeld, en jarenlang lijven zien ploeteren, zwemmen, plonsen, proesten, duiken, spelen… Ik leg er af en toe mijn hand op voor ik slapen ga. En herinner mij de vele trainingen, het blauwe water, de mensen, het gejoel, het geklater, de korte babbels, het watergevoel, de inspanning, het gehijg, de voldoening, de sfeer. Ik word stil en vredig. Het was goed!

Dit is een uniek stuk! Hier kan ik echt van genieten

Naschrift.

Hierbij verklaar ik formeel dat ik bij mijn overlijden deze boordsteen schenk aan de Stad Hasselt. Hij kan bijvoorbeeld naar de collectie van het stadsmuseum. Als ze daar geen interesse hebben, wordt hij verloot tussen de geïnteresseerde leden van Nautilus Hasselt Vinzwemmen. En als ik de enige ben met respect voor het oude en met weemoed naar wat voorbij is… dan moeten ze hem maar naar het containerpark brengen. Ik zal dan stilletjes een opgekropte snik laten in mijn graf, daar onder de grond. Niemand zal dat hoeven zien.

Plaats een reactie