Concentraties van gêne

Er zijn zo van die momenten waarop je teruggegooid wordt in de tijd, en vaststelt dat er gelukkig weinig veranderd is. Ik zit in het zwembad, een beetje moe maar voldaan. Na een zwemtraining laat ik aan het raam mijn rug koesteren door de zon. Ik houd intussen vier jongens van een jaar of twaalf in het oog. Al echte waterratten, net als ik op die leeftijd. Er hangt ook een meisje bij dat groepje, het jongere zusje van een van hen? Ze blijft ietsje op de achtergrond, maar doet evengoed mee met de spelletjes. Ze is wat spichtiger en minder sterk, maar dat deert haar niet. Ze demonstreert, vaak als laatste, dat ook meisjes hun mannetje staan.

Doorgaan met het lezen van “Concentraties van gêne”

De lammen doen opstaan

Tja, die Jezus die hier een maand in ons dorp was. Ne speciale. We gaan hem nie rap vergeten. Pas op, er wordt al een pak onzin verteld over die kerel, straffe verhalen die met den tijd nog dikker gaan worden. Dat voel ik al op mijn sloffen. Jezus zou wonderen verrichten en lammen doen opstaan. Da laatste zegden ze vorige week in ‘t dorp aan de andere kant van het meer, heb ik gehoord. Nog ewa verder reizen en hij heeft zeker al doden doen opstaan uit hun graf.

Doorgaan met het lezen van “De lammen doen opstaan”

De lelijke schoonheid

Hamont-Achel, Molendijk, 2019

Einde juli. Aan het Mulke, vlak naast de vistrap van de Warmbeek, hebben ze langs de straat een vervallen tuinhuis neergepoot. Als je het nog een tuinhuis kan noemen tenminste. Nog een verhuis zou dit geval niet meer overleven. Het staat schots en scheef en valt bijna uit elkaar, je durft er niet te hard naar kijken. De verf is afgebladderd. De kroonlijst ontbreekt gedeeltelijk. Planken zijn afgeknakt aan de hoeken. Een overmaatse verroeste ketting houdt de deur dicht. Die kan niet anders dan klemmen, iets te enthousiast opentrekken heeft mogelijk de complete instorting tot gevolg.

De oude man die erbij staat, ziet er met zijn korte werkbroek uit als een gepensioneerd tuinman die nog wat bijklust. Een doorgesneden fles mineraalwater die hij vasthoudt, is gevuld met witte verf. Hij heeft de lettercontouren al nauwgezet met krijt uitgezet op het hout en wil beginnen inkleuren: een opschrift. Als ik nieuwsgierig op hem af stap, kan er nog wel een babbel af. Tenminste nadat ik me voorgesteld heb, want het scheelde niet veel of snoodaards hadden dit project respectloos tegen de vlakte gesmeten. Als duidelijk is dat ik de eigenaar ben van het naastgelegen bos, en gewoon wil kennismaken, komt het verhaal los. Hij heet Harrie, a man with a mission. Hij draagt een artistieke boodschap uit.

Doorgaan met het lezen van “De lelijke schoonheid”

Supergele hesjes

Rotselaar, 2 januari 2019 – bijna een jaar geleden

Mijn nog zeer prille vriendschap met Kristien is ten einde. Melancholisch gestemd en niets beters te doen. Nadenkend drink ik een koffie in het tankstation van Rotselaar, op weg naar huis. Al scrollend op facebook zie ik de hufterige plundering van die apotheek in Molenbeek. De beelden zetten nog meer donkere verf op mijn moedeloze grondlaag.

Maar het begint dan nog maar pas. Drie jonge kerels aan het tafeltje naast het mijne. Hoe oud zouden ze zijn, einde twintig? Blank, kort haar, slank, grijze of zwarte broek, sneakers. Beter verzorgd en minder loser-gehalte dan die mannen in Molenbeek. Een van hen ziet me hoofdschuddend de beelden bekijken. Mijn walging werkt als een rode lap op een stier.

Doorgaan met het lezen van “Supergele hesjes”

Brood en vis

Vorige week wandelde Jezus met zijn gevolg langs het meer en door de heuvels. Hij is al bijna een maand in het dorp. Als hij op tijd uit zijn nest geraakt bij zijn gastgezin – zeg maar gastvrouw – trommelt hij zijn leerlingen bijeen en trekt erop uit. Iedereen mag mee. Er komen hier wel meer rare kwieten van goeroes, maar Jezus heeft het meeste succes. Een schone vent die graag gezien is door het vrouwvolk, en hij kan vertellen. Soms snap ik hem en soms is hij even schimmig als een farizeeër, wel ene met peper in zijn kont.

Doorgaan met het lezen van “Brood en vis”

Vogels voor de kat

Ik ga nog eens een frietje steken. Vaak doe ik dat niet, want ik vind een friet met een snack erbij geen volwaardige maaltijd. Wel eens lekker, wat mij betreft met zout en mayonaise – geen zoete frietsaus, waar halen die Hollanders dat? In feite dus gewoon vettige boel. Op het werk eet ik eens in de maand wel eens frietjes, maar dat is dan een kleinere portie bij een volledige maaltijd, dus met soep en groenten. Nu heb ik eens geen zin om thuis te koken en ga ik voor de pure vet-beleving. Straks vol en loom, maar ach, voor die keer…

Doorgaan met het lezen van “Vogels voor de kat”

Hier zweet ik nie, zunne

“Hier zweet ik nie, zunne”, zegt de oude vrouw hardop, met een Kempens of Antwerps accent. Of liever: klaagt de oude vrouw luidop, want het klinkt verwijtend, alsof ze zich bekocht voelt. En ook wat hulpeloos, smekend, om bevestiging bedelend. Enige uitleg is wel op zijn plaats: we zijn in de zoutsteensauna van Hezemeer. Een rond gewelf met sfeervol rose licht en comfortabele ligkussens: uniek en gezellig! Maar inderdaad niet de heetste sauna van het centrum: je moet er wat langer in blijven vooraleer de warmte je lijf helemaal overwelmt.

Doorgaan met het lezen van “Hier zweet ik nie, zunne”

De Sjottembal van Tante Nonneke

Mensen van onze generatie hadden nog tante nonnekes en nonkel paters. Het moet begin de jaren 70 geweest zijn. Er was een nonkel pater in de Congo. Veel weet ik niet over hem. Ik herinner mij een foto: wit missionaris-sikje, een lange leren jas, poserend bij een toen al ouderwetse tweedekker. Want zo werden soms de verre verplaatsingen gemaakt, als er geen goede (water)wegen waren. Er was verder nog een redelijk tof tante nonneke dat kleuterleidster was.

En een oud klein gerimpeld krom nonneke dat iets onduidelijks deed in een klooster in Antwerpen. Onveranderlijk in het zwart gekleed, met nonnenkapje en kruisje aan een ketting. Eentje dat mogelijk moeilijk aan een man geraakte, en waarvoor het klooster in die tijd nog een eervolle, zelfs enigszins standingvolle uitweg bood.

Doorgaan met het lezen van “De Sjottembal van Tante Nonneke”

De meester geeft zich bloot

Ja, ik heb gehuild, die eerste dag van het eerste leerjaar. Op de speelplaats van de “Vrije lagere jongensschool”, voor het begin van de klas. Gewoon omdat het er zo anders was, zo nieuw, zo onduidelijk, zo druk, zo onzeker. We stonden met zijn allen op die speelplaats, werden aan ons lot overgelaten. Na een tijdje moesten we ons in rijen opstellen, zelf maar uitzoeken waar we bij moesten gaan staan, of had ik de naamafroeping niet gehoord? Een oudere jongen hielp me. Hij kwam gewoon naar me toe, toen hij mijn tranen zag, en vroeg me in welke klas ik zat. Wat ik gelukkig onthouden had van wat mijn moeder me ingeprent had. Ik snotterde: “Bij meester Van de Broek”. Die jongen, zelf nog een kind, loodste me zonder veel verdere omhaal naar de juiste rij.

Doorgaan met het lezen van “De meester geeft zich bloot”