(1982 – rugzakreis als student)
Op de nachttrein in Marokko. Tussen Marrakech en Tanger. Doffe ellende. Maar dan ook echt tot op het bot gaande miserie. Alles zit tegen.
Te beginnen met onze voorbereiding. Ik geef het toe: onze planning was rotslecht. Op reis gaan in Marokko, vlak voor het Schapenfeest. Een slecht idee. Een HEEL slecht idee. Het halve land is op reis, op weg naar familie. Er heerst dan ook een enorme drukte in het station, we bemachtigen nog nipt een kaartje voor de nachttrein naar Tanger. We willen naar huis, we moeten de terugreis wel aanvatten omdat onze Interrail-treinkaart, die een maand geldig is, stilaan afloopt.
Ik ben al wat geïrriteerd door de drukte. Op de trein wordt het niet beter. Het zijn oude wagons, de oudste die we tot nu toe hadden. Hebben ze die ook nog van stal gehaald, omdat ze extra rijtuigen nodig hebben? Het is dus druk. Van Marrakech tot Casa (Casablanca) gaat het nog. Geen zitplaatsen meer beschikbaar. Maar we zijn nog jong, mijnheer, wat rechtstaan lukt wel.
We komen aan in Casa. Het is dan al 22 uur. Hebben we het gehad? Neen, het begint pas. We moeten overstappen… maar we kunnen ons amper in de volgende trein wringen. We geraken niet eens bij de zitplaatsen, die trouwens allemaal bezet zijn. Alles stoempvol. Ook de gangpaden tussen de zitplaatsen staan vol mensen. We komen dus niet verder dan het inkomhalletje van de wagon, geen verder doorkomen aan.
In het inkomhalletje kunnen we niet eens op de grond gaan zitten: er is eenvoudigweg niet genoeg ruimte voor. Ik tel. We staan er met 20 man, op pakweg vijf vierkante meter. Gewoon man tegen man opeengepakt. Met alle bagage erbij is er zelfs niet genoeg ruimte om twee voeten plat op de grond te zetten. Ik heb plek voor anderhalve voet: één voet, en één voetpunt, afwisselend links en rechts. Vallen kunnen we niet, maar echt evenwicht houden evenmin. Sardines in een blikje.
Het is benauwend, ondanks de nacht buiten, die koeler moet zijn dan de gebruikelijke hitte. Een jonge, niet onknappe Marokkaan werkt op mijn zenuwen. Hij gaat toch op de grond zitten, en neemt zo nog méér plaats in. Ook hij is moe, uiteraard, en zijn mond hangt voortdurend open, waardoor er hij er simpelweg debiel uitziet. Een vriend van hem maant hem aan om weer recht te gaan staan. Dat doet hij, en gaat daarna prompt constant op mijn tenen staan.
Uren, uren duurt dat. En we blijven nog ergens een vol uur stilstaan, zomaar. Waarom? Niemand stapt uit: de trein kan elk moment weer vertrekken. Bomvol blijft de trein, en onbeweeglijk. De atmosfeer wordt indien mogelijk nog bedompter, omdat er zelfs geen zuchtje tocht meer is. Geen plaats. Benauwd. Ik verlies alle gevoel voor tijd. Soms denk ik verdoofd: ik geef het op. Ik stap uit en ga ergens slapen, al was het maar op een stationsbank. Daar is tenminste lucht.
Om vier uur ’s morgens: we komen aan in Sidi Kacem. Weer overstappen. Ik heb moeite met uitstappen, zo stram ben ik. En de trein die we nemen, zit al even vol. Ik beland weer in een stampvol inkomhalletje. Weer met 20 man. Nog vier uur rijden. Ik ben wezenloos. Na de tevredenheid over onze mooie reis, zal ik Marokko helaas verlaten met een gevoel van ‘dit nooit meer’. Afstompende vermoeidheid in een bedompte treinwagon, tussen andere zwetende passagiers ingeklemd. Zelfs de Marokkanen hadden dit nog nooit meegemaakt.
En dan eindelijk – in de loop van de ochtend stappen er mensen uit en komt er wat ruimte. Ik schuif door naar de ruimte van de zitplaatsen. Ietsje meer plaats, wat meer lucht. Meer niet. Plaats nemen kan niet: overal zitten al mensen. Het zijn eenvoudige houten banken: harde latten krommen zich tot een zitting, zoals bij een tuinbank. Primitieve houten britsen. Zo’n oncomfortabele pijnbanken zouden ze in België niet durven laten rijden. Toch zou ik er wat voor over hebben om er te kunnen gaan zitten. Helaas: alles is bezet.
Iets boven mijn neus zie ik het opschrift ‘Niet roken’. Een aluminiumkleurig plaatje, mooi gegraveerd met zwart ingevulde letters. Het is wat verweerd, compleet met de oude wagon versmolten. Hoe kan zo’n bordje verslijten? Van er te hangen? Van occasionele dingen die er langs geschuurd zijn, bagage die boven schouderhoogte geheven werd? Van het poetsen? Versuft lees ik het. Het duurt even. En dan realiseer ik me: het staat hier gewoon voor me. Een bordje in het Nederlands! Even verder staat het in het Frans…
Dit is puur authentiek. Het is er niet neergehangen voor de occasionele Nederlandstalige toerist. Het heeft altijd bij de trein gehoord en ze hebben het gewoon laten hangen. Ik sta in een oud Belgisch treinstel, afgedankt in ons land, in dienst genomen in Marokko. Veel heb ik er niet aan, maar het brengt mij – nu mentaal – met beide voeten op de grond, in een melancholisch-filosofische stemming… Iets anders om aan te denken dan aan mijn eigen ellende.
