
Hier op het strand stopt het.
Geen grommende auto’s tussen betonnen klankkasten.
Geen straten, huizen, plichten, taken – het land ligt achter mij.
Het is al weg. Ook zelfs bijna het geraas in mijn hoofd.
Voor mij: caleidoscopische lucht, nadrukkelijke wind, weidse wolken.
Golven spoelen in hun ritme en ruisen hun schuimende vingers.
Stille schelpjes en krijsende meeuwen getuigen van de verte.
Zon op mijn huid, wind op mijn wang, voeten in het zand.
De zee is wat ze is. Nu wat grijs en kabbelend rustig.
Ik weet de andere gedaanten die ze in zich houdt.
Soms kille mist, of zomerse sprankeling, of ziedend zilt.
Zo veel ligt vervat in dit zand, in deze wiegende zee.
De zee en ik. We kennen elkaar. Indringende zwemtochten.
Zout op mijn huid, stoeien in de golven bij windkracht zes.
Momenten uit de eeuwigheid. Stukjes van de oneindigheid. Maar
zo intens! De golfslag ontvoert bruisend mijn mijmerende hoofd.
‘t Is goed terug te keren naar water, zand en lucht.
Hier is meer oer-natuur dan elders, licht en zwaar tesamen.
Hier. Hier vind ik rust en kom ik los van wat mij vasthield.
Hier. Ik sluit mijn ogen en laat gaan – ook een traan.
Er verandert iets, een eerste stap. Ik open mijn ogen en laat komen.
Schier moeiteloos, gegrepen door de weidsheid, door de horizon.
Hier groeit weer verbinding met moois dat groter is dan mij.
Hier begon het leven. Hier op het strand begint het. Opnieuw.
Cadzand, augustus 2019
