Zwemwedstrijd in de Maas
Maaseik, 25 maart 2018
Mijn start loopt zoals gepland. Perfect. We staan langs de oever van de Maas in Maaseik. Relatief hoge waterstand. Zonnig weer. Een veertigtal vinzwemmers, in zwarte neopreenpakken gehuld, want het water is maar een graad of tien, iets kouder dan gewoonlijk. We trekken onze uitrusting aan: zwemvinnen, snorkel, bril. Een aantal duikers en enkele meer geoefende vinzwemmers. Wachten op de start. Zes kilometer voor de boeg.
De stemming is goed. Wel een beetje zenuwen, want veel wedstrijden in stromend water worden er niet meer georganiseerd. De zwemwedstrijd in de Ourthe, altijd enkele weken vroeger geprogrammeerd, werd dit jaar afgelast wegens een te lage waterstand. Het is al een tijd geleden dat we nog in een rivier lagen. Hoe zal het gaan? Zal het koud zijn? Is het materiaal in orde? Hoe lang zal de wedstrijd duren? Moeilijk te schatten, maar het zal alleszins een vrij snelle race zijn. Er staat veel water en veel stroming, al is het geen recordniveau. De eersten zullen wat meer dan een half uur nodig hebben. Als er weinig water staat, duurt het een kwartier langer.
Midden in het groepje vinzwemmers sta ik. Bij het signaal ‘nog dertig seconden’ gaan we vooraan in het stromende water staan, klaar om uit de startblokken te schieten. Ik weet dat mijn maten meteen richting brug zullen gaan. Ik wil echter eerst resoluut een aantal meters dwars in de rivier doordringen, tot waar de stroming me voluit vastpakt, en me dan fluks naar de brug te laten pushen. Starthoorn! Ik gooi me in het water en spurt met krachtige arm- en beenslagen een tiental meter richting midden. Het lukt me snel die horizontale lift te bereiken, zonder in aanvaring te komen met collega-zwemmers. Waar de stroming me – ZOEF – meteen naar de tweede positie lanceert. Ondanks het feit dat ik een aantal meters omweg maakte.
Ja, vinzwemmen in stromend water is een stuk technisch. Vijftig procent van het verschil zit in de stroming. Als je goed in de stroming zwemt, ben je sneller. Concentreren dus, voortdurend voelen of je in de juiste positie ligt in de vijftig tot honderd meter brede rivier. De stroming zit in de buitenbocht, met enige marge op een meter of zeven van de oever. Ook laag van in het water kan je de stroming zien: het is er net wat rimpeliger en woeliger. Wie denkt dat hij sneller is in de binnenbocht, komt bedrogen uit. Ook wie vlak tegen de buitenkant zwemt, heeft minder stuwing. Na de eerste lange bocht naar rechts, waarin je dus links houdt, komt er een recht stuk waarin je geleidelijk oversteekt naar rechts, want de volgende lange bocht gaat naar links. Volgt u?
Die tweede positie zal ik niet lang vasthouden, want ik ben geen topzwemmer. Al na honderd meter beginnen ze me druppelsgewijze voorbij te steken. Uit ervaring weet ik dat ik wat te snel start en tijdens de tweede wedstrijdhelft wat inzak. Maar so far so good! Ik kan uitlopen op de diesels onder ons die pas in de tweede helft op dreef komen en die dan wat op mij zullen inlopen.
De start is altijd wat hectisch: het deelnemersveld ligt nog dicht bij elkaar, tegen elkaar opbotsen hoort erbij. Na pakweg vijfhonderd meter gaan we onder de brug door. Er staat altijd wat draaikolk-achtige turbulentie achter de pijlers. Vlak daarna bots ik twee keer op Sharona. Ik herken haar monovin en modieuze norkelband. Ze is altijd sneller dan mij en steekt me ook nu voorbij. Geen paniek. Perfect normaal. Ik heb weer een tijdlang iemand die voor me uitzwemt en waar ik me op kan richten… tot ze geleidelijk uit het zicht verdwijnt.
De start is ook hectisch omdat we niet kunnen inzwemmen. Met koude motor, vanuit stilstand, moeten we onmiddellijk vol gas geven. Bij mij dan ook weer dat bekende gevoel van ‘niet genoeg adem krijgen’ in de eerste kilometer. Ik mis ook het lichte zwemgevoel. Door het zwempak, nochtans slechts drie millimeter dik en perfect op maat gemaakt, door de neopreensokken en door de handschoenen, voelt het zwemmen zwaarder aan als in het zwembad. Maar ik weet opnieuw uit ondervinding: niet forceren. Ook niet versagen. Diep ademen. Dit gaat voorbij, eens ik op dreef ben, vind ik mijn normale ademritme en voel ik me in mijn zwempak thuis in het water. Het gaat technisch lekker lopen en ik ga honderd procent genieten.

Door de vriestemperaturen van de afgelopen weken is het maaswater vier graden kouder als gewoonlijk. Toch voel ik dat niet zo, zeker niet aan mijn lijf. Wellicht omdat ik voor het eerst experimenteer met thermisch ondergoed. Glad en dun synthetisch spul uit de Decathlon. Gekocht voor winterse wandelingen hoog in Zwitserland, maar blijkbaar ook bruikbaar tot onder het wateroppervlak. Dit extra islolatie-laagje zorgt ervoor dat er minder water circuleert in mijn pak. Zonder de bewegingen te hinderen. Bij het aantrekken glijdt mijn neopreen zwempak er bijna moeiteloos overheen. Dit ga ik altijd doen in koud water. Vroeger droeg ik dan een extra shorty, die nu met pensioen kan.
Kou? Alleen de eerste twee kilometer aan de handen. Zicht? Perfect. Bij de start was ik even ongerust, omdat mijn compacte duikbril zich niet goed vast leek te zuigen. Maar eens vertrokken, blijft hij de hele wedstrijd lang prima zitten. Alleen… ik kan moeilijk door mijn neus uitademen, waardoor ik me voorneem om volgende keer een chloorbrilletje te dragen, al zal dat wat kouder zijn.
Wat maakt de Maas zo heerlijk om in te zwemmen? Zo veel! Moeilijk te zeggen wat overweegt: de ideale temperatuur, eens op weg? Het mooie uitzicht op de meanderende oevers? De zuivere lentelucht die door de snorkel binnen stroomt? Het gevoel dat het snel gaat, omdat de water je meeneemt en draagt? Het niet-alledaagse? Zwemmen in een rivier, dat kan of doet niet iedereen.
Ja, wat gaat het snel, dit jaar. Iets voor mij zie ik een wilg, die dicht langs het water staat. Ooit moet het water nog hoger gestaan hebben, want er hangt wat plastic afval in. Dat heeft de oceaan (nog) niet bereikt. Enkele zwemslagen verder kijk ik weer op. Weg wilg: ik ben hem al voorbij. Genieten dus van de vaart die we hebben, van de vierwieltractie: armen én benen zorgen voor stuwkracht. Zoeken naar de sterkste stroming, de ervaring die boven komt. Weten dat je dit kan, hoe het moet, wat er nog volgt aan bochtenwerk voor de finish… Geleidelijk verlies ik de snelsten uit het oog, maar ik weet dat het gros van de makkers nog achter mij hangt en dat ik die voor zal blijven.
Soms denk ik wel eens bij de start: vandaag doe ik het rustig aan, een meer ontspannen tempo. Niet op het dooie gemak, ook niet opjagen. Gewoon lekker tempo. Vergeet het dus maar: eens op weg en midden tussen de anderen spartelend, wil ik er weer het allerbeste uit halen. Duwen met de benen. Letten op de zwemtechniek. Trekken op die armen. Tja, als vijftig procent in de stroming zit, dan moet er nog altijd voor vijftig procent gezwommen worden. Dat kunnen we. Gas geven. In het ritme ademen. Diep ademen. Niet in slaap vallen… want soms merk je dat je op automatische piloot bent gaan zwemmen en de scherpte mist…
En de anderen? De rappe jeugd komt me dus al snel voorbij, zoals altijd. Geleidelijk zwemmen de toppers van me weg. Pakweg halfweg voer ik een eenzame strijd, in de steek gelaten door de kopgroep, aanvoerder van de middelmaat ergens achter mij. En dan, halfweg, net als vorig jaar in de Maas, komt Stijn Maes me gezelschap houden. What’s in a name? Hij komt me geleidelijk voorbij: hij is intrinsiek sneller. Opnieuw heb ik iemand voor mij, om me naar te richten. Te meer omdat hij heel wat water opspat met zijn korte blauwe vinnen. Hij lijkt wel een buitenboordmotor te hebben. Geleidelijk loopt hij op me uit, tot naar schatting meer dan honderd meter. En dan gaat hij de mist in, die jonge snaak.
In de laatste kilometer, bij de laatste bochtenwissel aan de haventjes, altijd wat meer turbulentie in het water daar, kiest hij veel te vlug voor de andere oever. Hij gaat bovendien vlak tegen de kant zwemmen, waar er minder stroming is. Ik zal nu inlopen op hem. Het is niet ver meer, daarom verwacht ik niet dat ik hem nog inhaal. Maar tot mijn verbazing gebeurt dat wel degelijk. In het begin van de rechte lijn naar de aankomst ben ik al bij hem. Eventjes tenminste, want helaas pindakaas (excuseer voor de uitdrukking, we zwemmen niet voor niets op de grens België-Nederland). Hij ziet me naast zich, gaat weer wat dieper in de rivier zwemmen, steekt een tandje bij… Hij is jong en kan nog versnellen, mijn spieren verkrampen altijd als ik begin te sprinten in de finale, waardoor hij acht seconden voor me finisht.
De aankomst: de tijd wordt gestopt als je een boei aantikt die vol in de stroming ligt en die je dus niet mag missen. Terugzwemmen is geen optie. Ik geef er een mep op, en laat me uitdrijven, meteen naar de kant peddelend. Het was zalig. Ik zie een vijftal mensen op de kant zitten en hun zwemervaring met elkaar delen. Ik blijk inderdaad zesde te zijn, een uitslag waar ik super tevreden mee ben. Nog voor ik goed en wel op adem ben, komen de volgenden al aan: het deelnemersveld hangt in een dergelijke stromingswedstrijd altijd erg dicht op elkaar. Zittend op het betonnen platform, dat met deze waterstand net onder water staat, praat ik nog even na met Stijn. Ik leg uit waar hij volgens mij in de fout ging, hoe hij uitliep en hoe ik hem weer bijhaalde…

De zon is nog van de partij als we trap nemen en boven op de dijk napraten bij een beker warme wijn. Nog altijd met het zonnetje kunnen we ons omkleden, soep eten en iets drinken… tot de prijsuitreiking. Ook zon in mijn hart: het was weer een fantastische zwem-ervaring. Bedankt Annemie, prachtig dat je deze wedstrijd nog altijd organiseert.
