Er zijn zo van die momenten waarop je teruggegooid wordt in de tijd, en vaststelt dat er gelukkig weinig veranderd is. Ik zit in het zwembad, een beetje moe maar voldaan. Na een zwemtraining laat ik aan het raam mijn rug koesteren door de zon. Ik houd intussen vier jongens van een jaar of twaalf in het oog. Al echte waterratten, net als ik op die leeftijd. Er hangt ook een meisje bij dat groepje, het jongere zusje van een van hen? Ze blijft ietsje op de achtergrond, maar doet evengoed mee met de spelletjes. Ze is wat spichtiger en minder sterk, maar dat deert haar niet. Ze demonstreert, vaak als laatste, dat ook meisjes hun mannetje staan.
Samen plonsen en duikelen. Eerst altijd even overleg: zullen we dit eens doen? En dan gaan ze om ter verst onder water zwemmen. En dan: kan jij naar de bodem duiken in het diepe? Wie kan wie wegduwen, zwemmend met de handen met tegen elkaar? Een beetje macho wel, dat vriendschappelijk duwen, trekken en stoeien. Maar ze hangen ook samen als gezworen kameraden. Ze tonen waardering – duim omhoog – voor wie iets goed kan, en moedigden de jongens aan die nog wat minder ver staan: ‘probeer het zo eens’. Ook het meisje krijgt wel eens een duim of een tip.
Op een moment staan ze in het ondiepe en willen eruit klimmen. Het trapje staat wat verder weg. Het meisje probeert zich als eerste op te drukken, maar zakt krachteloos terug in het water.
‘Ik help jou wel’, gebaart de sterkste van het groepje.
Hij lijkt best een aardige jongen, een beetje gesloten van aard, op zijn leeftijd al een beetje de lichaamsbouw van Tarzan. Als in een vertraagde film komt bij haar staan, draait haar met de rug naar de muur, neemt met de ene hand haar dunne bovenarm vast, legt zijn andere hand onder haar venusheuvel en tilt haar met sprekend gemak naar boven. Waar haar kontje netjes op de rand van het zwembad belandt, voetjes nog in het water. Omgedraaid en met een zetje onder haar magere kontje zou ze met haar buik op de harde boordstenen beland zijn.
Ze hebben het allemaal gezien en kijken elkaar aan terwijl ze daar nog in het water staan. Verbluft om zijn kracht. Misschien ook een blik van jaloezie: zonder een draai om de oren te krijgen had Tarzan het geslacht van een meisje aangeraakt, zij het nog omfloerst door een dun bikinibroekje. Maar vooral plaatsvervangende gêne. Het heffen was vanzelfsprekend en soepel uitgevoerd, zonder bijbedoelingen, gewoon huppakee en daar zit je. Toch hoorde het zo niet. Dit doe je niet met een meisje, dat weten ze allemaal, behalve hij dus.
De jongens volgen het meisje, stoer. Ze laten zien hoe ze zich met sterke armen uit het water kunnen optrekken, met een kort duwtje van hun voeten op de bodem.
Daar staan ze dan op het droge, in een kringetje bij elkaar. Het meisje staat naast de jongen die haar net de kracht van zijn armen en handen heeft getoond. Meetoo is haar onbekend. Geen spoor van woede of ongemak. Ze heeft zich naar hem toe gekeerd, haar bekken kantelt lichtjes naar hem toe. Ze is verstild, kijkt hem wat dromerig aan en heeft alleen oog voor hem.
‘Ha, ze vond het precies fijn.’ merkt iemand van het groepje op.
Nu zoeft alle gêne naar haar toe en concentreert zich in haar ontploffende rode wangen. De argeloosheid verdwijnt uit haar postuur, ze draait zich betrapt en met hangende schouders weg van Tarzan. Waardoor iedereen nu zeker weet wat die jongen had menen te zien: het was verbazend genoeg een aangename schok voor haar. Vindt ze hem gewoon aantrekkelijk, die stoere jongen? Was het zijn goedbedoelde hulpvaardigheid, zij het ongepast uitgevoerd? De kracht van zijn nochtans nog prepuberale jongenslijf? De stevige druk van zijn vingers op haar intieme plek, waar een jongen haar wellicht nog nooit heeft aangeraakt? Of een paar van die dingen?
De gêne verspreidt zich weer naar de jongens. Deze gespannen sfeer moet doorbroken. ‘Komaan, induiken!’ Ze vergeten het verbod op rennen in het zwembad, ze sprinten naar het diepe en met een flinke aanloop plonzen ze er vol bravoure een voor een in. Hoe jong ook: ze beseften dat ze dat blozende kind niet konden laten staan in die kring van grijnzende kereltjes. Soms kwetsen blikken meer dan handen.
