De Sjottembal van Tante Nonneke

Mensen van onze generatie hadden nog tante nonnekes en nonkel paters. Het moet begin de jaren 70 geweest zijn. Er was een nonkel pater in de Congo. Veel weet ik niet over hem. Ik herinner mij een foto: wit missionaris-sikje, een lange leren jas, poserend bij een toen al ouderwetse tweedekker. Want zo werden soms de verre verplaatsingen gemaakt, als er geen goede (water)wegen waren. Er was verder nog een redelijk tof tante nonneke dat kleuterleidster was.

En een oud klein gerimpeld krom nonneke dat iets onduidelijks deed in een klooster in Antwerpen. Onveranderlijk in het zwart gekleed, met nonnenkapje en kruisje aan een ketting. Eentje dat mogelijk moeilijk aan een man geraakte, en waarvoor het klooster in die tijd nog een eervolle, zelfs enigszins standingvolle uitweg bood.

Doorgaan met het lezen van “De Sjottembal van Tante Nonneke”

Kastanjeboom

Elke lente – de hoeveelste nu alweer?

zalig openbarsten, na het donker, na de kou.

En hoe meer ringen in mijn stam, hoe meer

ik van die tintelende lente hou.

 

Jaar na jaar nog meer intens, nog meer bewust,

voel – en ben ik zelf – het keren van ’t seizoen.

Tasten, slurpen, pompen en zwellen vol lust.

Vervuld van uitersten, moeiteloos verzoend:

 

Jubelt mijn hart onrustig en met snelle tik

moet ik bewegen, moet ik doen, moet ik

zoveel, en vooral uitbarsten, uit die cocon.

 

En ook die diepe vrede. Niets nog, dat ik begeer.

Want wijs weten: het volmaakte is niet meer

dan stille staan, en koesteren in de zon.

De meester geeft zich bloot

Ja, ik heb gehuild, die eerste dag van het eerste leerjaar. Op de speelplaats van de “Vrije lagere jongensschool”, voor het begin van de klas. Gewoon omdat het er zo anders was, zo nieuw, zo onduidelijk, zo druk, zo onzeker. We stonden met zijn allen op die speelplaats, werden aan ons lot overgelaten. Na een tijdje moesten we ons in rijen opstellen, zelf maar uitzoeken waar we bij moesten gaan staan, of had ik de naamafroeping niet gehoord? Een oudere jongen hielp me. Hij kwam gewoon naar me toe, toen hij mijn tranen zag, en vroeg me in welke klas ik zat. Wat ik gelukkig onthouden had van wat mijn moeder me ingeprent had. Ik snotterde: “Bij meester Van de Broek”. Die jongen, zelf nog een kind, loodste me zonder veel verdere omhaal naar de juiste rij.

Doorgaan met het lezen van “De meester geeft zich bloot”

Helemaal zot geworden, Jef?

Jef, ik spreek nu tot u als CEO van Colruyt. Van man tot man, nu we daar allebei even tijd voor nemen. Praat er ook eens over met uw neef Frans. Bij Colruyt zijt ge helemaal zot aan het worden. Grote hoeveelheden willen verkopen, tot daar aan toe. Maar waarom witte peperbolletjes verkopen in Jumbo-verpakking van 650 gram, dus bijna een kilo, zonder goed alternatief? Dat ge veel wilt verkopen, dat begrijp ik. Maar stel u eens voor.

Doorgaan met het lezen van “Helemaal zot geworden, Jef?”

Vandaag nog niet

Het wordt niks vandaag. Vandaag nog niet. Het is nochtans een mooie plek aan de rand van Maastricht. Een leuk terras langs een kanaal, dus met uitzicht op het water, altijd inspirerend. Zelfs een haventje en een sluisdeur. Misschien mocht het water wat properder. Het terras zelf is helemaal opgetuigd. In alle eenvoud is de essentie aanwezig. Wat heb je meer nodig dan wat stoeltjes, een tafeltje, wat ornamentele lampjes voor de sfeer? In het decor dobberen scheepjes zacht, nog onbemand maar klaar om uit te varen – waarheen? De robuuste houten sluisdeur is deels donker doorweekt en bemost – welk perspectief zit erachter? Een terras om te zitten, te praten, te lezen, te mijmeren… om in het nu te blijven, al varen alle scheepjes uit.

Doorgaan met het lezen van “Vandaag nog niet”

Janman zag eens borsten hangen

Janman zag eens borsten hangen,

O! als mango’s wel zo groot.

’t Scheen, die puber wou gaan tasten,

Schoon zijn vader ’t hem verbood.

Hier is, zei hij, noch mijn vader,

Noch mijn moeder, die het ziet:

Aan een meid, zo vol geladen,

Wil ik voelen aan haar tiet.

Maar ik wil behoorlijk wezen,

En niet graaien; ik loop heen.

Zou ik om een hand vol borsten

Een # MeToo riskeren? Neen!

Voort ging Janman, maar het meisje,

Dat hem stil beluisterd had,

Kwam hem in het donker tegen

Vanachter in de cinema.

Kom mijn Janman, zei het meisje,

Kom mijn kleine hartedief!

U zal ik mijn borsten gunnen,

Nu heb ik mijn Janman lief.

Daarop liet z’haar toeters schudden,

Janman gaapte gretig “top!”

Janman kreeg zijn hand vol boezem,

En zijn hart ging in galop.

(dit is een puberaal-humoristische parodie op het gedicht “Jantje zag eens pruimen hangen”, in opdracht van de schrijfopleiding)