Hamont-Achel, Molendijk, 2019
Einde juli. Aan het Mulke, vlak naast de vistrap van de Warmbeek, hebben ze langs de straat een vervallen tuinhuis neergepoot. Als je het nog een tuinhuis kan noemen tenminste. Nog een verhuis zou dit geval niet meer overleven. Het staat schots en scheef en valt bijna uit elkaar, je durft er niet te hard naar kijken. De verf is afgebladderd. De kroonlijst ontbreekt gedeeltelijk. Planken zijn afgeknakt aan de hoeken. Een overmaatse verroeste ketting houdt de deur dicht. Die kan niet anders dan klemmen, iets te enthousiast opentrekken heeft mogelijk de complete instorting tot gevolg.
De oude man die erbij staat, ziet er met zijn korte werkbroek uit als een gepensioneerd tuinman die nog wat bijklust. Een doorgesneden fles mineraalwater die hij vasthoudt, is gevuld met witte verf. Hij heeft de lettercontouren al nauwgezet met krijt uitgezet op het hout en wil beginnen inkleuren: een opschrift. Als ik nieuwsgierig op hem af stap, kan er nog wel een babbel af. Tenminste nadat ik me voorgesteld heb, want het scheelde niet veel of snoodaards hadden dit project respectloos tegen de vlakte gesmeten. Als duidelijk is dat ik de eigenaar ben van het naastgelegen bos, en gewoon wil kennismaken, komt het verhaal los. Hij heet Harrie, a man with a mission. Hij draagt een artistieke boodschap uit.
‘Dit oude tuinhuis was eerst van mij en stond daarna bij me dochter, die in de buurt van Amsterdam woont. Ik heb het naar hier gehaald voor Galandart, een openlucht kunstproject in bossen en velden. Dit wordt het voorlaatste kunstwerk, als je de route volgt die over een paar weken open gaat. Ik heb mijn kleindochter nog wat moeten sponsoren, toen mocht ik het krot weer terughalen bij hen.’
Zo vertelt Harrie, een beetje verbluft, maar ook met geamuseerde trots op die overgeërfde Hollandse koopmansgeest bij zijn kleindochter. ‘Ik wilde nog iets doen met dit oude ding. Het hok heeft sleet, maar het heeft karakter en charme. Iets dat oud is, draagt een bijzondere schoonheid, vind je niet? Dat wil ik overbrengen. Ik twijfel trouwens nog of ik het woord “lelijke” wel moet laten staan’.
Als ik ‘s avonds terug kom, zie ik dat hij bij zijn oorspronkelijk geplande tekst is gebleven. De naar de straat gerichte zijde zegt: “De lelijke schoonheid van ouderdom”. De andere zijde verkondigt “Het nut van het nutteloze”.

Einde oktober. Vochtige kou vreet aan de gewrichten, maar als ik hem terug zie, blikt Harrie tevreden terug. ‘Nou zal ik jou vertellen. Het is geslaagd, al is het voor een stuk ook de kop in gedrukt. Ze zijn hier met een graafmachine voorbij gereden en hebben het tuintje platgewalst dat ik hier voor het huisje aangelegd had. Eén enkele zonnebloem, dat is alles wat er nog van over blijft.
Maar. Al mijn kinderen waren hier, met hun aanhang. En mijn kleinkinderen. De enige dag dat ze allemaal samen naar hier konden komen, regende het helaas, het was niet anders. Ik had een oude balans opgehangen, en in de kringwinkel had ik een zak knikkers gekocht. Wie het tuinhuis mooi vond, mocht een knikker in de rechtse schaal leggen. Wie het lelijk vond, in de linkse. Wat had je gedacht, bijna iedereen vond het lelijk.
Dan heb ik uitgelegd waar ik dit tuinhuis gekocht had, jaren geleden. Waar dit tuinhuis overal gestaan heeft. Hoe ik het onderhouden heb, wat gerepareerd hier en daar. Dat het jaren goede dienst heeft gedaan. Welke betekenis het had voor mij. Later voor mijn dochter en kleindochter. Wat er allemaal is gebeurd in die tuinen, al die jaren. Ja, het heeft gebruikssporen, maar die getuigen van een rijk leven. Die geven het karakter: het hoeft niet afgelikt. Voor mij is dit veel mooier dan een spiksplinternieuw tuinhuis. En het is nog perfect functioneel. Ik zou hier nog altijd een tuintje kunnen aanleggen.
Daarna mochten ze allemaal opnieuw hun knikkers leggen. Nou, de balans kwam al heel wat meer in evenwicht.’
Ergens proef ik wat teleurstelling dat de balans niet volmondig naar “mooi” was overgeslagen. De dag is niet verlopen zoals gepland, met het verpletterde tuintje, de voortdurende regen, de boodschap die bij het jonge volkje niet helemaal overkwam.
Toch voel ik dat het een onvergetelijke dag was voor Harrie. Iedereen was er. Hij heeft zijn verhaal kunnen doen. Het is zo vaak de bedoeling van kunst, ook die van Harrie: de kijker confronteren met dualiteit. Vader, schoonvader en opa Harrie heeft een statement gemaakt dat zal doordringen bij wie er bij was, misschien pas na enige tijd. Ook voor hen een onvergetelijke dag.
De zaadjes uit zijn tuinhuis planten zich verder. Ook ik deel dit verhaal graag met jou. Mogelijk doet het idee van Harrie jou wel iets, ook al ken je hem niet.
Ik heb hem wel mogen spreken. Wat een mooie oude man, die Harrie.
