Sprankel en de jongen met het spleetje tussen zijn tanden (cultuursprookje)

Er was eens, nog niet zo heel lang geleden, een jong meisje. Iedereen noemde haar Sprankel, omdat ze zo levendig en vrolijk was. Eigenlijk was ze wel mooi, al vond ze zichzelf niet zo bijzonder. Ze was een lieve kleuterjuf. Ze had een heleboel kindjes in de klas, maar nog altijd geen vriend, laat staan een man. Soms werd ze daarom wel eens stil en verdrietig. Met papier en schaar wist ze zich handig, maar met de mannen niet zo erg.

Ooit had ze van haar oma een grote toverspiegel gekregen. ‘Als je later geen man zou vinden, dan kan je een wens doen voor de spiegel.’ Dat had het meisje weggelachen, toen. Als ze al een man nodig had, dan zou ze er zelf wel een vinden. Maar nu haalde ze toch dat stuk antiek van de zolder. Toen ze er het stof en spinrag afveegde, begon de spiegel te spreken en vragen te stellen. Daar schrok Sprankel wel van. Het was gelukkig een vriendelijke stem, het leek wel haar overleden grootmoeder.

‘Ik wil graag een man.’ zei Sprankel. ‘Een man die vijf jaar ouder is dan ik. Hij moet groot zijn en sterk, gespierd en zelfzeker. Hij neemt me mee naar plaatsen waar ik nog nooit geweest ben. Een gerespecteerd arts die vertelt over zijn ziekenhuis. Of een bekwaam ingenieur die vertelt over de gebouwen die hij bouwt. Hij moet charmant zijn, goed kunnen babbelen en mij veel doen lachen. Wat geld is ook wel fijn, maar niet het voornaamste.’

‘Een heel romantische wens, en misschien wat veel gevraagd. Maar waarmee kan ik jou helpen?’ vroeg de spiegel.

‘Geef me een cupmaatje meer’, zei Sprankel. ‘Daar heb ik al een tijdje van gedroomd; Dan spring ik beter in het oog bij de mannen, en dan voel ik me meer zelfzeker.’

‘Ik geef jou meer volume’, zei de spiegel. In plaats van een tamelijk vlakke A had Sprankel plots een stevige B, of was het al een kleine C? Alleszins frisse en fraaie rondingen. In haar laden stak een verzameling mooie beha’s.

En in de bovenste lade lag een toegangskaart voor een avondfeest, het volgende weekend.

Het was echt wel een mooi avondfeest. Er waren veel jonge mannen die met haar wilden praten. Dansen ook, vooral als het een slow was. Dat was wel leuk, maar na een tijdje wilde ze dat het manvolk naar haar gezicht bleef kijken… Zo vaak gleden hun ogen naar beneden, dat ze haar bloesje dicht knoopte en haar verse trots wegstak.

Die ene jongen was wel leuk, maar hij had een spleetje tussen zijn tanden en had tamelijk smalle schouders. Hij was ook maar één jaar ouder dan Sprankel. Aan het einde, bij het afscheid, sloeg de jongen zijn armen om haar heen, hij was wat dronken. Zijn handen gleden naar voren, ze kon nog die nog net tegenhouden, anders had hij misschien haar borsten vastgepakt. ‘Wat denkt ge wel niet’ zei Sprankel boos. Meer kreeg ze niet gezegd. Beledigd fietste ze weer naar huis.

De volgende dag stond Sprankel weer voor de spiegel.

‘Waarmee kan ik jou helpen?’ vroeg de spiegel. ‘Die jongen was toch in jou geïnteresseerd? Vond je hem niet leuk?’

‘Hij is ordinair en heeft last van zijn hormonen. Voor hem telde alleen mijn dikke decolleté. Ik wil mijn vroegere borsten terug.’ zei Sprankel. ‘Geef me maar een stel mooie kleren. Dan zie ik er elegant en voornaam uit. Ik heb daar al zo vaak van gedroomd.’

‘Ik geef jou mooie kleren’, zei de spiegel. Plots was de kleerkast van Sprankel gevuld met elegante kleedjes, geraffineerde pakjes, prachtige mantels, mooie muiltjes en super-verfijnde laarsjes waarmee ze een stuk groter leek.

En op de kleerkastdeur hing een ticket voor een groot galabal, het volgende weekend.

Het was echt wel een mooi galabal. Veel jonge mannen wilden met haar praten en dansen, oudere mannen ook. Daar was weer die jongen met het spleetje tussen zijn tanden en zijn tamelijk smalle schouders. Hij had precies een kostuum gehuurd; zijn vestje zat wat ruim, al was zijn vlinderdasje leuk. ‘Ik heb het gekozen omdat het mooi past bij de kleur van jouw ogen’, zei de jongen. ‘En trouwens sorry voor dat afscheid vorige week.’ De rest van de avond gaf hij heel galant complimentjes over haar prachtige kleren. Hij was niet van haar weg te slaan en kon eigenlijk ook wel leuke grapjes maken.

Hij was weer een beetje dronken, maar niet zo erg. Bij het afscheid drukte hij opeens zijn volle mond op de hare. Sprankel was van slag. Zijn lippen waren warm, maar ook nat. Zijn mond had iets aangenaams, maar proefde ook naar bier. Bah, ze wilde helemaal nog niet kussen met die jongen, al was hij wel een beetje leuk, daarstraks. Die gestolen kus was helemaal niet romantisch.

‘Wat denkt ge wel niet’, zei Sprankel boos. Meer kreeg ze niet gezegd. Beledigd fietste ze weer naar huis.

Sprankel stond weer voor de spiegel.

‘Waarmee kan ik jou helpen?’ vroeg de spiegel. ‘Die jongen was toch in jou geïnteresseerd? Vond je hem niet leuk?’

‘Een beetje wel, maar ik twijfel’, zei Sprankel. ‘Is hij echt geïnteresseerd in mij? Hij ging alleszins veel te rap en had het de hele tijd over mijn kleren. Geef me mijn oude bloesjes maar terug. Verder weet ik het niet meer. Geef me maar iets dat jij goed vindt voor mij.’

‘Dan geef ik jou nieuwe ogen en een nieuwe mond’, zei de spiegel.

Dat vond Sprankel raar, want er gebeurde helemaal niets. Als ze dicht bij de spiegel haar ogen bekeek, zag ze niets dat veranderd was. Nog altijd lichtbruine ogen met grijze en groene spikkels. En nog altijd gewone lippen, niet te vol en niet te smal.

En er was dit keer geen ticket voor een of ander bal, concert of voorstelling.

Sprankel voelde zich een beetje boos, al wist ze niet goed op wie. Als ze in zo’n stemming was, wilde ze altijd iets kopen voor zichzelf. Een paar schoenen of zo. Ze trok de stad in.

In de stad zag ze weer die jongen met het spleetje tussen zijn tanden en zijn tamelijk smalle schouders. Of leken ze smal, omdat hij nogal lang was? Hij kwam net uit een winkel en schrok toen hij Sprankel zag, alsof hij zich betrapt voelde. Maar hij herstelde zich meteen en vroeg of Sprankel mee ging, iets drinken. Ook Sprankel was snel bij haar positieven. ‘Dan zul je toch uit een ander vaatje moeten tappen, want je loopt me wat te snel van stapel. Die handtastelijkheden en die ongevraagde kussen vind ik echt niet leuk.’ Het kwam heel spontaan over haar lippen, zo ferm dat ze er zelf van schrok en even haar hand voor haar mond hield. Maar ze voelde zich goed nu het er uit was. Als het nodig was zou ze hem opnieuw op zijn plaats zetten, wist ze.

‘Sorry’, zei de jongen. ‘Ik ging wat te ver. Ik voel me niet zo handig in die dingen. Het was als compliment bedoeld. Ik zal de drankjes betalen.’

Ze deden een terraske en babbelden lang. Sprankel vertelde over de kinderen bij haar in de klas, wat ze fijn vond aan kinderen en wanneer ze het moeilijk had. De jongen vroeg honderduit en sprak over wat hij deed als verpleger, wanneer het zorgen voor de patiënten fijn was en wanneer het wat te veel vergde. Ze zag hem door andere ogen. Dat spleetje tussen zijn tanden was eigenlijk best charmant, en hij kon er leuk door fluiten. Zijn schouders waren niet die van een bodybuilder, maar helemaal niet slecht. Hij had wel iets subliems, die jongen. De tijd vloog om.

‘De winkels gaan sluiten. Nu heb je geen kans gehad om iets te kopen’, zei de jongen aan het einde van de namiddag.

‘Dat is niet erg’ zei Sprankel. ‘En jij, wat heb jij gekocht?’, met een blik op de winkeltas die de jongen bij zich had. Want een beetje nieuwsgierig was Sprankel ook altijd.

De jongen werd een beetje rood. Hij haalde een klein pakje tevoorschijn. ‘Ik heb iets gekocht voor jou, al wist ik jou nog niet wonen. Ik hoopte dat ik jou nog eens zou terugzien.’

Het was een kristallen hangertje met een fonkelend robijnrood hartje.

‘Je hebt mijn hart gestolen.’ zei de jongen. ‘Dat weet ik nu wel zeker.’

Sprankel was zo blij verrast, dat ze voor het eerst die namiddag sprakeloos was. Haar ogen werden eventjes nat, maar niet van verdriet.

Sprankel en de jongen kusten elkaar die avond voor het eerst. Ik bedoel: een voorzichtige kus, een echte kus die ze op dat moment allebei wilden. En waar ze allebei stil van werden

Sprankel fietste gelukkig naar huis. Eigenlijk had zijn mond nu wel naar meer gesmaakt.

Ze werden een stel, ze trouwden, ze zullen nog heel lang en heel gelukkig samen zijn. En een paar hele mooie kindjes krijgen.

Plaats een reactie