We zijn magneten voor hen. Wij: twee studenten met rugzakken op de schouders en okselvijvers onder de armen, op rondreis in Marokko. Voor hen belichamen wij zoveel mogelijkheden, geld en vrijheid. Steeds weer worden we omzwermd door de lokale mannen – het gesluierde geslacht blijft op afstand, verlaat met zedige pasjes het winkeltje waar we binnenstappen. De toenaderingen waar we op ingaan leveren ons op: schaamteloos afgezet worden en belangeloos gegidst naar mooie plekjes. Onverhoeds binnengeloodst in een winkeltje en zomaar getrakteerd worden op verse vijgen en dadels. Diepgaand op de proef gesteld naar aanleiding van een discussie over Israël en een avond gezwets over niets.
Een avond waarbij heel geleidelijk wat koelte valt als we op een caféterras iets drinken voor het slapengaan. Het duurt niet lang voor we benaderd worden door drie jonge mannen. De derde kerel is midden de twintig, normaal gebouwd – al voel je dat hij enige aanleg heeft om later een tikje pafferig te worden. Hij heeft dociele hondenogen en schuifelt langzaam dichterbij: hij sluit als laatste aan bij het gesprek dat we voeren. Hij komt niet op de voorgrond, tot ook voor hem duidelijk wordt dat we uit België komen. O, in België kent hij iemand! Hij heeft al vaak geschreven met iemand uit ons land. Zijn ogen worden spleetjes en hij kijkt strak voor zich uit. Dan zegt hij dat hij zo terug komt, om iets aan ons te laten zien.
Doorgaan met het lezen van “Dromen over elders”